‘Kai Kai Kai…’ Twee sterke witte paardenbenen komen zo hardhandig tegen de buik van Broer aan, dat bijna alle lucht uit zijn longen gezogen wordt. Jankend ligt hij op de grond. Het Paard zet zijn paardenhoeven stevig op de wolf.
‘Hey Lamzak..., laat me los!’ jankt deze woest zodra hij lucht kan happen. Hij tracht zich los te worstelen. Een heldere fluweelzachte stem vraagt:
‘Wil jij leven of dood?’
Verrast door het vriendelijke stemgeluid van de Ruiter op 't grote, witte Paard, neemt Broer nog een flinke teug lucht en klapt vervolgens zijn bek een paar tellen dicht.
‘Leven natuurlijk,’ antwoordt hij brutaal keffend.
‘Geloof in Mijn Vader en Mij. Gehoorzaam ons Woord en je zúlt 't krijgen.’
‘Moet ik dan leven zoals mijn broertje?’ vraagt hij stug.
‘Wat denk je zelf, Broer Wolf? Wie heeft jou geschapen?’ De voorhoeven die hem op de grond dwongen, laten los.
Ademloos kijk ik toe. Het, “heb vertrouwen”, echoot nog na in mijn hazenkopje.
De Zoon van de Schepper, gekleed in een prachtig blinkend gewaad, pakt de moordenaar van Vooi aan!
Mijn buik en hart zwellen op van hoop en verwachting...
Vredepijler had gelijk!
Beschaamd kijk ik omhoog in zijn kraalogen. Hij stelt me verder gerust met een opbeurend knikje. Het tafereel buiten vraagt weer mijn aandacht. Inmiddels staat onze vijand stijf op zijn beide poten. Afwijzend kijkt hij de Man aan, Die een gouden boek in Zijn rechterhand houdt. Het glimmend, edele metaal flikkert dankzij de zwakke, aarzelende zonnestralen in de vroege morgen. De vriendelijk gesproken woorden waren eruit geschoten als een tweesnijdend zwaard.
‘Ik ben een geboren jager.’ Trots kijkt hij de Zoon van de Schepper aan. ‘Mijn broertje is een dromer geworden in plaats van realist. Puh…, ik kan mijn leven tenminste zelf regelen! Als ik maar snel en waaks genoeg ben. Dat jij mij op de grond hebt gekregen is een domme fout en zal mij niet weer gebeuren!’
Door ons kiertje zie ik Broers wantrouwende vernauwde ogen, zijn uitgestoken tong en rechtopstaande oren. Allesbehalve dreigend is de uitstraling van Schepperszoon. Hij kijkt de grote wolf zelfs liefdevol in bewogenheid aan, en adviseert hem wederom met vlijmscherpe Woorden uit dat gouden Boek:
‘Want wie zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen om Mij, die zal het vinden.*’
Verbaasd horen mijn hazenoren de gesproken woorden.
Is dit niet júist wat Raarschaap deed?
‘Jij kan wel doorzagen over dat sprookje van jou en mijn broertje met zijn Vregiovrienden idem dito… Grmpf..., daar vul ik mijn maag niet mee! En ook niet die van mijn Alfateef en welpen.’ Broer snuift verachtelijk.
‘Waarom hebben jij en jouw Paard geen bekkorf om? Jullie nemen jullie eigen wetjes niet eens serieus... Zou ik dat dan wel doen, en jullie sprookjes geloven? Nee…’ Strak staart hij argwanend in de meest zachtaardige ogen die hij óóit gezien heeft.
Treurig buigt de begripvolle Ruiter Zich voorover, zodat Hij nog beter recht in die vijandige ogen kan kijken.
‘Wij hebben NOOIT gezegd dat alle dieren bekkorven moeten dragen. Wat Mijn Vader en ik gezegd hebben in Ons Woord, is dat je niet mag doden. Er staat ook geschreven:
Maar tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn**. Dit is een lering van Verkrasser aan Vregioleden, die Ik hem en hen niet geleerd heb. Indien jij liefde hebt voor jouw naaste, zál je hem niet doden! Hoe kan jij geen liefde voor jouw naaste hebben, als je weet dat Ik Mijn leven voor jouw zonden gegeven heb? Och..., vergeef elkaar zoals ik jullie vergeef. En dit alles is voor jou ook binnen pootbereik Broer,' besluit de Zoon van de Schepper genadig.
Wat zegt Hij nu? Die GodenZoon valt onze gerespecteerde Verkrasser af!? Hoe kan Hij de moordenaar van mijn Vooi...
Ik schud mijn kop wild en een diepe snik welt op. Wanhoop doortrekt mijn hele hazenlijf.
Hij hoort straf te krijgen en hij krijgt vergeving...?
‘Pffffieuw,’ ik geef een snuitblaas. Mijn oren liggen strak naar beneden en ik stamp boos op de grond. Ramschaap blaat onrustig. Met verwijtende ogen kijk ik omhoog naar Vredepijler, hopend op...
Tja…, op wat?
Ik weet het niet meer. Alle gevoel van vertrouwen, veiligheid en zekerheid is uit mijn poten geslagen. Meelevend vliegt Vredepijler met bezorgd staande kraalogen op, om naast mij neer te dalen. Hij geeft een troostend vleugelklopje op mijn rug en laat hem daar warm liggen. Lief bedoeld, dat wel maar…, het intense verdriet en de wanhoop die ik nu voel? Gaan daarmee niet weg. Lusteloos met afgehangen schouders en slappe poten, kijk ik vanuit onze schuilplaats naar buiten.
Heb ik nog wel hoop? Vraag ik mezelf af...
Ondertussen blaft Broer verder met de Zoon van de Schepper.
‘Heb ik vergeving nodig omdat ik goed voor mezelf en wie bij mij hoort, zorg? Hier in dit bos heeft mijn gezin een goed leven. Eten in overvloed!’ hij grijnst onbekommerd en tevreden.
‘Maar grote boze Wolf? Waarom moet ik voor jou sterven? Kan je geen ander voedsel eten?’ Blaffeloos* geïrriteerd keert Broer zijn kop naar degene die tegen hem durft te snuiven.
Ik wrijf met mijn pootjes in mijn hazenogen.
Is dat…?
De warme vleugel van Vredepijler glijdt van mijn rug af en ik hoor blij verrast geroezemoes…
Lamprei?
Vanaf een veilige afstand huppelt hij nu richting het Paard. Tussen zijn benen blijft mijn kleine neefje beschermd en buiten gevaar staan. Ik ben perplex. Daarbij zie ik tot mijn verrassing Verkrasser opstijgen uit een boom en neerstrijken op het hoofd van 't Paard. De roze tong van Broer glijdt naar buiten om het speeksel, dat uit zijn bek loopt, op te vangen. Heftig verlangen straalt uit zijn ogen. Hij houdt zich echter in.
Wellicht weerhoudt de recente pijnlijke herinnering aan de sterke benen van het Paard, hem aan te vallen?
In ieder geval blijft hij, hoewel ongedurig, met een paar meter tussen hen in, ongeduldig staan luisteren. Een trillende zucht verlaat mijn hazenkeeltje.
* Woordeloos
Hersenspinsels:
- In de nood komt de Ruiter op het witte Paard, de Zoon van de Schepper! Hij redt Raarschaap van de aanval van Broer. Lamprei vroeg moedig waarom hij moet sterven om als voedsel te dienen, terwijl Schepperszoon aan alle toehoorders, en in het bijzonder aan Broer, het Evangelie brengt. Maar deze lijkt er geen oren naar te hebben. Aardse behoeften zijn voor hem en zijn gezin zijn veel belangrijker... Schepperszoon haalt Mattheüs 16 vers 25 - HSV aan. Hoe kan je dit eigenlijk rijmen met Mattheüs 6 vers 11, waarin Jezus zegt: 'Geef ons heden ons dagelijks brood'. Broer had weldegelijk zijn dagelijks eten nodig. Ja toch?
- Al die hoon, spot en het volhardende in het niet willen geloven. Dat doet pijn... Toch blijft Schepperszoon vergeving en genade aanbieden aan Broer. Haasje wordt hier boos en wanhopig van. In hoofdstuk 32 bij de vragen noemde ik Jona al een keertje. Ik herken wel wat van Jona(beschreven in hoofdstuk 1) in Haasje. En soms...? Ook in mijzelf. En jij?
- Zijn deze bovenstaande woorden, door Schepperszoon gesproken, wel speciaal aan Broer gericht? Hij krijgt in ieder geval veel stof om over na te denken! Haasje constateert stilletjes in gedachten: Is dit niet júist wat Raarschaap deed? Broer is diegene die de dierengemeenschap bedreigt met zijn weigering zich naar de wil van de Schepper te gedragen. Maar Schepperszoon haalt hier niet uitgebreid de zonden van Broer aan. Nee, Hij biedt Broer vergeving aan. Dit tot ongenoegen van Haasje... De moordenaar van zijn Vooi! Maar aanvaard Broer die vergeving? Hoe zou jij reageren? Als jij Haasje óf Broer was?
- Mensen die niet geloven zien vaak haarscherp dat wij niet naar Gods Woord leven... Alzo ook Broer hier. Wat vind jij van de reactie van Schepperszoon? Mattheüs 15 vers 9 - HSV speelt hier een belangrijke rol. Maar Verkrasser bedoelde het toch goed? De regels die Verkrasser gaf, gaven Haasje een veilig gevoel. Is dat niet goed dan? Ben je een kind van de HEERE wanneer je je aan Gods geboden houdt? Kan dat dan? En Wie heeft dat volmaakt gedaan?
- Op wie stelde Verkrasser, samen met de ander dieren feitelijk hun vertrouwen met het instellen van deze regel/wet? Welke rol spelen wet en Evangelie in jouw en mijn leven? Een hele goede uitleg over hoe deze beiden een rol spelen in ons geloofsleven, hoorde ik via geloofstoerusting in twee delen. Mocht je het willen luisteren? Alhier voor beiden op volgorde de link: en
- Plotseling confronteert Lamprei Broer met zijn gedrag. Onder de veilige bescherming van de Ruiter met Zijn witte Paard. Moet Lamprei lijden, om het gezin van Broer te voorzien van eten? Hoe doen wij dat in ons leven? Wiens belangen zetten wij voorop? Die van onszelf? Die van de ander? Of die van de HEERE? En door wie laten wij ons beschermen?

.webp)









.webp)