donderdag 2 september 2021

15) Hazenhartje op slot…


Golgotha, Jezus, Christus, Dood

‘U vertelde over dat ene Mensenkind die euh..., dat goede offer volbracht heeft?’ Daarbij kijk ik Vredepijler vragend aan.

‘Je bedoelt het volmaakte offer?’ Ik knik en vervolg mijn vraag:

‘Waarom moeten we wachten tot alles nieuw wordt? Als dat Mensenkind het allemaal goed gemaakt heeft, hoeft dat toch niet? Ik wil dat iedereen nú in vrede met elkaar leeft! Waarom wachten!?’ klink ik gefrustreerd en bozig.

‘Wat heb jij goed geluisterd, Haas! Ik heb zelden meegemaakt dat een dier zo'n scherpe vraag weet te stellen, in de korte tijd dat jij bij ons bent. En de hoeveelheid informatie die je over je heen hebt gekregen… Het is zoveel!’ Vredepijlers kopje gaat bewonderend op en neer.

‘Ik zal het je uitleggen. Onze Schepper heeft al Zijn schepselen lief. Hij verlangt ernaar dat iedereen op de nieuwe aarde komt wonen. Daarom wacht Hij net zo lang, totdat alle mensen de gelegenheid hebben gekregen om te geloven in dit Mensenkind! Zijn kind, Die dat offer heeft gebracht voor alle mensen die in de Schepper en Zijn Zoon geloven…’

Een diepe zucht ontsnapt er vanachter mijn hazenpootjes via mijn snuitje als ik, verdrietig en nog meer opstandig constaterend vraag:

‘Maar..., maar..., dan moeten wij nóg langer lijden...!?’ Liefdevol begrijpend kijkt Vredepijler me zwijgend aan. De hese stem van Aasbrenger laat zich vervolgens horen.

‘Weet je Haas? Ik begrijp ook niet waarom onze Schepper zoveel geduld* met de mensen heeft. Dat hebben ze helemaal niet verdiend! Toch?’ Ik knik instemmend, met pijn in mijn hart denkend aan mijn moer en oom…


‘Regelmatig heb ik met hetzelfde geworsteld, waarmee jij nu worstelt…,’ vervolgt Aasbrenger. ‘Denk je eens in? Wat zou er gebeurd zijn als Hij dit geduld niet zou hebben gehad?’ Ik denk diep na, terwijl hij met zijn indringende blik wacht op mijn antwoord. Moet hem, echter, een antwoord schuldig blijven.
‘Had jij over de Schepper gehoord, als hij alles direct nieuw had gemaakt?’ Ergens vaag begint er bij mij wat te dagen. Maar begrijpen doe ik het nog steeds niet helemaal. Ik schud mijn kop en kijk de beide dienstkruiers verward aan. Nu vult Vredepijler, Aasbrenger aan:

‘Kijk Haas, net zoals de mensen de tijd krijgen om in Hem te geloven, zo krijg jij ook die tijd! Zou het niet vreselijk egoïstisch geweest zijn van mij, indien ik jou dit misgund had? Ik was dan al in het Paradijs. Waar zou jij zijn denk je...!? Nogmaals, begrijpen doen we het niet, dat de Schepper zoveel geduld heeft met de mens. Maar…? Wij aanvaarden het wel, juist hierom!’ Wederom zwijgen beiden.



Langzaam begin ik het iets beter te begrijpen en vraag voor de zekerheid:

‘Als ik het goed snap, verlangen jullie naar het Paradijs en willen jullie daar graag zijn?’ Beiden knikken bevestigend, waarna ik verder vraag:

‘Maar omdat de Schepper zoveel geduld heeft, hebben jullie Hem leren kennen en daarom gunnen jullie het ook aan andere dieren zoals ik?’ Verheugd klappen de dienstkruiers in hun vleugels om in één snavel uit te roepen:

‘Wat ben jij een snelle leerling! Wij weten niet wat je allemaal hebt meegemaakt, lieve Haas, maar dit is nu precies de reden waarom wij onze gemeenschap hebben opgericht! Wij helpen, steunen en troosten elkaar, totdat onze Schepper heeft besloten dat de mensen genoeg kansen hebben gehad om in Hem te geloven. De naam van onze gemeenschap komt niet gewoonweg uit de lucht vallen!’ knipoogt hij vriendelijk met een ondeugend snavelig lachje.

‘Dat was ook een vraag van mij ja. Ik vind het een rare naam,’ haak ik er ietwat korzelig vrijmoedig op in.


“VREGIO”


Een licht, warm klinkend lachje hoor ik uit de snavel van de mooie witte duif met zijn rode schitterende ogen, als hij zegt:

‘Ik zal je vertellen wat dat betekent. Vregio is een samentrekking van “vrede” en “legio”. Legio is een ander woord voor talrijk of veel. En dat is nu wat wij nastreven in onze gemeenschap. Om met hulp van onze Schepper te strijden en veel vrede te zoeken met elkaar, totdat eindelijk die grote dag komt! En daar kijken wij met z’n allen reikhalzend naar uit.’ Beide dienstkruiers knikken geestdriftig met hun kopjes.

‘Nu..., we maken ons wel wat zorgen om jou Haas. Jij maakte de opmerking:

“Maar, dan moeten wij nog langer lijden!” Hoe bedoel je dat!? Is jouw leven zo zwaar? Kunnen we je helpen? Vertel ‘t ons alsjeblieft. We zijn er voor je om je te troosten en te helpen en net als ons, die vrede te ervaren op weg naar dat heerlijke Paradijs!’ Twee paar bezorgde kraalogen kijken mij aan…


Hart, Kasteel, Liefde, Hangslot, HekTja..., nu ontkom ik er niet meer aan…, bedenk ik me met een tegenstrijdig, zwaarmoedig en hoopvol hart.


*2 Petrus 3 vers 9 - HSV


Volgende hoofdstuk


Vorige hoofdstuk


Hersenspinsels:

  1. Heb jij je dat ook weleens afgevraagd? Waarom maakt de HEERE nu niet alles helemaal nieuw? Waarom wachten? Zoals Haasje hierboven ook vraagt... Met als gevolg dat wij op aarde er nog steeds een 'rommeltje' van maken. Dat wij mensen, onze Schepper nog steeds oneer blijven aandoen... Waarom blijft het lijden hier op aarde nog steeds doorgaan? 
  2. Waarom zou jij willen dat de Heere Jezus terugkomt om alles nieuw te maken... Of wil jij graag nog even wachten? En waarom dan?
  3. Wat zijn de vruchten of gaven van de Heilige Geest? Misschien wil je 1 Korinthe 1213 en 14 eens lezen?
  4. Welke van de gaven springt er in dit hoofdstuk uit? Herken jij die in jezelf of bij anderen in jouw omgeving? 
  5. In Vregio streven zij veel onderlinge vrede na. Ervaar jij onderlinge liefde en vrede? Of juist onrust? 
  6. Hoe zou jij hier zelf wat aan kunnen doen? 
  7. Aanvaard jij het offer van Jezus Christus tot vergeving van zonden?

donderdag 19 augustus 2021

14) Van Uilskuiken tot…

 


‘Lieve Haas, nu komt mìjn relaas…,’ zegt Aasbrenger met zijn ietwat hese stemgeluid. ‘Onze voorouders,’ en daarbij kijkt hij Vredepijler aan, ‘zijn al verschillende generaties bevriend. Het gaat terug naar de tijd dat er een Ark op het grote water voer en wij daar in hokken, met allerlei andere dieren, moesten verblijven.* De mensen op die boot zorgden uitstekend voor ons. En dat was noodzakelijk, want de aarde was helemaal bedekt met water. En díe vriendschap die onze voorouders hier sloten, is van groot belang gebleken bij het redden van dit uilskuiken.’ Een glimlach verzacht de strenge kop van Aasbrenger als hij vervolgt:

‘Er was een man, Elia genaamd, die zich bij de beek Krith moest verbergen**. Hij had daar geen eten. Daarom vroeg de Schepper ons, deze mens te voorzien van eten. En dat deden wij! Zijn ouders,’ en daarbij kijkt Aasbrenger Vredepijler liefdevol aan, ‘kenden dit verhaal door snavelige overlevering van de voorduiven.’


‘Dit is de reden dat járen terug, vader Vredepijler naar vader Aasbrenger kwam, met de vraag om te helpen. En zo gebeurde het, want wij raven dienen graag! Voor voedsel reizen wij nogal eens wat af. Daarom wist mijn vader een mooie grote rieten mand op de kop te tikken. Hij nam hem in zijn sterke snavel en vloog ermee met mijn moeder, oom, tante en vader Vredepijler naar de rand van de rots. Ondertussen vulden alle beschikbare familieleden van vader en moeder Vredepijler, de mand met gevonden blaadjes en mos, om zo een zacht bedje te maken op de bodem. Tegelijkertijd zochten enkele familieleden van vader Aasbrenger naar hamsters, muizen en kikkers, zodat het arme uitgehongerde kuiken al wat te eten had.’


‘Aangevlogen bij de steile rotswand, begon de moeilijke taak. Mijn oom, vader en tante hielden, met klapwiekende vleugels in de lucht hangend, het hengsel stevig in hun snavel. De rand van de mand hielden zij ter hoogte van het plateau. Vader Vredepijler en zijn vrouw duwden, staande op het plateau, voorzichtig met hun vleugels het zielige en zacht kermende hoopje uilskuiken in de rieten mand. Het totale gewicht van het geheel, was nèt te dragen voor de drie volwassen raven. Zwoegend vlogen zij zo snel als mogelijk weg naar een veilige plek, bang dat zij de mand met kwetsbare en kostbare inhoud zouden laten vallen. Om een lang verhaal kort te maken, mijn voorraven hebben dit uilskuiken gevoerd met muizen, ratten en welk ander voedsel ze konden vinden. Hij werd met de dag sterker en groter. Al snel kon hij zelf zijn eten gaan zoeken. Hij groeide voorspoedig en werd groot. Zo groot, dat hij ook een gevaar voor ons zou zijn geworden, áls hij ons niet zo dankbaar was geweest. De liefde die wij hem gegeven hebben, gaf hij ons terug door ons te beschermen voor zijn soortgenoten, en andere vijanden die ons graag opeten… Dít uilskuiken, lieve Haas, is onze Verkrasser geworden. Nu is het verhaal van het ontstaan van onze gemeenschap, genaamd Vregio, compleet.’ De snavels van de beide vogels en mijn snuitje zijn in een eerbiedig stilzwijgen gevallen.
Wat een verhaal...!


Vredepijler schraapt met zijn keel en vraagt vriendelijk geïnteresseerd:
‘Haas, heb je nog vragen? Anders horen we graag jouw verhaal.’ Ik schud bedenkelijk mijn kop. ‘Of ja… Toch wel!’








Hersenspinsels:
  1. Vredepijler en Aasbrenger hebben ervaren dat je in moeilijke tijden echte vrienden leert kennen. Hoe en waar heb jij jouw vrienden leren kennen of ontmoet?
  2. De raven luisterden naar hun Schepper toen hij tot hen sprak. Hoe spreekt onze HEERE tot jou en mij? Luisteren wij dan naar Hem?
  3. Vraag jij ook hulp aan jouw vrienden, wanneer je iets niet alleen kan? En als jou hulp gevraagd wordt, help jij dan? Ook als het moeilijk is of wordt? Misschien zelfs ten koste van jezelf? Wie is daarin jou tot voorbeeld?
  4. Aan welk Bijbels verhaal of verhalen, waarin mensen een rol spelen, moet jij denken wanneer je in het bovenstaande verhaal leest over de dienstbaarheid van de raven en duiven?
  5. God zegt in Zijn Woord dat je niet mag liegen en doden. De voorraven brachten dode dieren naar het Uilskuiken. Mocht dat wel? Het doet mij enigszins denken aan de oorlog. Er waren christenen die joden verborgen hielden voor de Duitsers. Er nota bene over logen tegen hen. Hoe vind jij dat?  

13) Alles wordt nieuw!


‘Ik ga verder,’ besluit hij. ‘De mens, dat roze schepsel,

werd ongelukkig door zijn verkeerde keuze. Er kwamen kinderen.

En nog meer kinderen...Veel pijn, zorgen en verdriet! De Schepper

gaf echter aan de eerste twee mensen, Adam en Eve heetten zij,

een belofte mee. Dat uit hun geboren kinderen een Mens

geboren zal worden, die hun foute keuze en alle ellende die daaruit

daaruit voortgekomen is, teniet ging doen. Deze mens zou Lucifer

op zo’n manier overwinnen, dat hij vermorzeld wordt en...,

nooit meer iets kan doen wat de eer van onze Schepper zal

schenden!!! Dat gaf Adam en Eva, en hun nakomelingen die op

deze belofte vertrouwen, veel troost.


‘Het tijdstip van Zijn geboorte wisten ze niet. Daarom ging

men rituelen uitvoeren, in opdracht van de Schepper. Die rituelen

verwezen naar deze specifieke Persoon, Die de gehele wereld redden

zal. Op die manier werden zij constant herinnerd aan de belofte van

onze Schepper. Wat is Hij goed! Vind je ook niet?’ Vredepijlers

kraalogen glanzen van vreugde.

‘Wat ik je nu ga vertellen doe ik met pijn in mijn duivenhart.’ Ik, Haasje,

zie de glans van vreugde veranderen in waterig glanzende ogen, terwijl

ik ingespannen verder luister.

‘Eén van die rituelen was dat een priester een duif

verbrandde op een altaar. Trots ben ik op mijn voorduiven, die door

dit offer heen vertelden van de Redder van mens en dier! Alhoewel het

mij natuurlijk verdriet doet. Al die duiven... Voor de mens...'


Mijn hazenbekje valt open. Sprakeloos van ontzetting. En mijn ogen

worden groot van de schrik.
Zou ik dát kunnen? Mijn familie laten verbranden op een altaar?

Daarvoor!? Nog even verder luisteren…


‘Gelukkig is aan dit ritueel een einde gekomen met de komst van

dat éne Mensenkind, Die Zichzelf geofferd heeft om de wereld te

redden. Daarom hoeven wij ook niet meer geofferd te worden. En

nu? Nu is het wachten totdat alles nieuw wordt!’

‘Pffff…,’ vanuit mijn hazentenen via mijn snuitje, slaak ik een zucht van

verlichting.

Hoe kon dat Mensenkind? Onbegrijpelijk…!


‘Aangezien wij duiven dat Mensenkind enorm dankbaar zijn voor Zijn

offer, verlangen wij ernaar vrede te brengen over deze aarde. Mijn ouders zagen een arm, arm uilskuiken op de rand van een rots liggen. Broodmager en uitgehongerd. Wat doe je dan?’ vraagt Vredepijler geëmotioneerd. ‘Tja, voor hen was het geen vraag meer!’ Hij steekt zijn borst

iets vooruit.



‘Omdat het beestje wel wat groot was om enkel met hun klauwen te verplaatsen, bedachten mijn ouders iets slims!’ Nu kijkt Vredepijler vragend naar Aasbrenger, en knikt hem toe. Deze begrijpt de wenk. Volgende hoofdstuk


Vorige hoofdstuk


Hersenspinsels:

  1. Zoveel verdriet en ellende is over ons heen gekomen door de ongehoorzaamheid van Adam en Eva. Maar zijn wij beter? Ook wij hebben hun 'D.N.A./genen'... Wat betekent dat voor ons?
  2. Je kan zeggen we zijn uitlandig. Oftewel, we beantwoorden niet meer aan het doel waarvoor God ons geschapen heeft. Wat is dat doel eigenlijk?
  3. Hoe kunnen we weer in verbinding komen met onze Schepper en Zaligmaker? 
  4. De duiven werden geofferd door de priester op het altaar. Het wees heen naar Gods Zoon, Die zichzelf zou offeren voor de schuld van de mens. (Lukas 2: 22. En toen de dagen van haar reiniging volgens de wet van Mozes vervuld waren, brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem de Heere voor te stellen 23. zoals geschreven staat in de wet van de Heere: al wat mannelijk is dat de moederschoot opent, zal heilig voor de Heere genoemd worden 24. en om een offer te brengen volgens wat gezegd is in de wet van de Heere, een paar tortelduiven of twee jonge duiven. Bovendien: Leviticus 12:8 Maar als haar vermogen niet toereikend is voor een lam, dan mag zij twee tortelduiven of twee jonge duiven nemen, één als brandoffer en één als zondoffer. Zo zal de priester verzoening voor haar doen en is zij rein.
  5. Wat hebben wij over voor onze HEERE? Willen wij daarmee het eeuwig leven verdienen? 
  6. Dan kom ik bij indringende en levensreddende vragen. Kennen wij die Zoon, waarvan in dit verhaal gesproken wordt, persoonlijk? Geloven wij door Gods Heilige Geest in Zijn belofte, beschreven in de Heilige Schrift, de Bijbel? Vertrouwen wij op die belofte van genade en genoegdoening door Gods Zoon, Jezus Christus? 

zaterdag 24 juli 2021

12) Goede en kwade vruchten…


Onrustig wiebel ik op mijn achterwerkje heen en weer, de stilte voelt onbehagelijk… Aasbrenger kijkt mij eens in de ogen en biedt mij geruststellend nog wat maïs aan. Mijn buik moet daar niet aan denken, misselijk geworden van de niet te verdragen spanning…


Vol mededogen begint Vredepijler met zijn lichte, warme stem te snavelen*:
‘Héél lang geleden, offerden priesters velen van onze voorduifjes** op een altaar. Priesters waren mensen die speciale rituelen deden voor de Schepper en de mensen,’ verduidelijkt hij. ‘Je hebt de geschiedenis van Verkrasser gehoord vandaag. Daarin vertelde hij dat de mens uit het Paradijs werd gezet. Waarom? Weet jij dat?’ Ik moet onwetend mijn kopje schudden. ‘Nu, die eerste twee mensen gingen op aanraden van de Slang van een vrucht eten. Op zich niet zo erg dat zij een vrucht

aten, want zij mochten alle vruchten eten in ‘t Paradijs. Behalve...,’ hij laat even een stilte vallen, ‘van één speciale boom, geplant in het midden van de tuin… Dat had hun Schepper verboden! Deze boom heette’:


“De boom van de kennis van goed en van kwaad.”


‘En toch deden deze man en vrouw het. Zij geloofden liever de leugen van Lucifer, die in de slang was gegaan. En die was, dat zij gelijk aan de Schepper zouden zijn. Kennende het goede en het kwade. In plaats van de belofte van hun Schepper dat zij eeuwig zouden leven, MITS zij niet zouden eten van deze boom. Het gevolg van de keuze van de mens, heb je gehoord van uil, of Verkrasser, zoals wij hem noemen. De straf is gruwelijk! De mens werd uit het Paradijs gezet. Dat was niet het ergste… Zij kenden inderdaad het goede en het kwade. In het Paradijs hadden ze de mogelijkheden alles goed te doen. Maar nu buiten het Paradijs? Zijn zij geneigd om het kwade te doen, ook al weten zij wel wat het goede is. De mens kreeg een strijd op aarde tegen zichzelf en Lucifer, die hen continu verleidt… Met later? De dood tot gevolg. Dat was hun EIGEN schuld.’


‘Wat waren wij dieren woedend op de mens! Want weet je wat er gebeurde? Wij dieren veranderden ook. Zoals Verkrasser vertelde, leefden we niet meer in vrede met elkaar. We gingen elkaar opeten en veel dieren werden een vijand van de mens. Zij gingen ons eten of..., wij hen! Wij dieren werden het slachtoffer van de mens. Vrede was en is er niet meer.
En dat buiten onze schuld om! Nu ja...,’ nuanceert Vredepijler aarzelend, ‘Slang heeft zich wel door Lucifer laten gebruiken… Kan je het nog een beetje volgen Haas?’


Bevestigend knik ik. Ondertussen vraag ik me wederom af wat Vredepijler mij duidelijk wil maken…



*Vertellen of praten

**Voorouders van de duiven




Volgende hoofdstuk


Vorige hoofdstuk


Hersenspinsels:

  1. Geef ik Adam en Eva de schuld van de 'doornen' in ons leven? En de dood die in en over ons leven is gekomen? (Genesis 3)
  2. Of geef ik de duivel de schuld dat hij Adam en Eva door de slang heen, heeft verleid?
  3. Hoe sta ik in deze schuld ten opzichte van onze Schepper?
  4. Wat voor een rol spelen de bovenstaande 3 vragen in jouw leven?


11) "Angst"Haasje?

Jackrabbit, Konijn, Luisteren

‘Pfffff…,’ een diepe zucht ontsnapt uit mijn borst, en nadat ik kort in zijn vragende ogen kijk, antwoord ik onzeker:

‘Eigenlijk weet ik het niet zo goed. Behalve dat ik gehoord heb, dat je hier in dit bos veilig bent,’ direct als ik dit zeg, voel ik weer die knoop in mijn buik en vullen mijn ogen zich met vocht. Ik zwijg verder, en slik de brok in mijn keel moeizaam weg.


‘We zoeken een rustig plekje op waar we met z'n drieën kunnen praten, goed? Zo in deze drukte is het niet fijn om vertrouwelijk te praten, vind ik. En mag Aasbrenger ook mee?’ vraagt Vredepijler mij bezorgd en onderzoekend aankijkend.

Ik knik bevestigend. Mijn ogen dwalen onzeker naar Moerkonijn. Door een waas zie ik nog net, dat ze mij een geruststellend knikje geeft.


Met z’n drieën lopen we dezelfde weg over ‘t gras terug. Aan de kant van mijn linkerpoot hoor ik de druk pratende dieren, en aan mijn rechterpoot wandel ik langs de aalbes- en frambozenstruiken. Vriendelijk knikken Vredepijler en Aasbrenger naar Beer, die zijn positie bij de ingang van het grasveld weer ingenomen heeft. Beer geeft mij een knipoog, maar blijft wel alert op zijn omgeving.


Vervolgens lopen we een smal paadje op, en een klein stukje het bos in. De beide dieren weten goed de weg, want links van dat paadje een paar meter het bos in, komen we bij een eikenboom. Onder die eikenboom groeit zacht, donkergroen mos. Daar gaan we met elkaar zitten. Heerlijk comfortabel. De raaf reikt me enkele maïskorrels aan. Gemoedelijk eten we wat. Mijn emoties ben ik inmiddels enigszins de baas geworden…


De geluiden van de druk pratende dieren horen we hier niet. Alleen het vrolijke gezang van de verschillende vogels in de bomen, en het getik van een snavel tegen een boom.
Een specht...
We eten in alle rust en vrede van de maïs. Ik merk dat de mais mij, na een aantal hapjes, gaat tegenstaan. Mijn buik voelt weer opgeblazen van de spanning, en ik krijg kokhals neigingen



Want kan, mag en dúrf ik alles te vertellen aan deze twee dienstkruiers? En..., wat gaan ze mij versnavelen!?


Volgende hoofdstuk


Vorige hoofdstuk


Hersenspinsels:

  1. Wanneer ik eerst bij een gezelschap hoorde, waar ik afgewezen ben of waar mij pijn is gedaan? Misschien was het niet alleen door de schuld van de ander, maar ook door mijn eigen schuld? Zou ik me durven aansluiten bij een nieuwe gemeenschap? Hoe open en kwetsbaar durf ik me dan op te stellen in deze nieuwe groep?
  2. Durf ik mezelf met mijn kwetsbaarheden aan hen toe te vertrouwen? Met het risico op een nieuwe afwijzing? 
  3. Of wil ik eerst alles van deze nieuwe gemeenschap weten? En wanneer de uitslag voor mij gunstig en naar tevredenheid is, mezelf 'veilig' geven? 
  4. Is alles zelf onder controle (willen) houden veiligheid?
  5. Op Wie stel ik eigenlijk mijn vertrouwen?

donderdag 24 juni 2021

10) Gekwetter getjilp geblaf gegrom gesis geblaat gemekker en gesnater

 


Op de toekrassing van uil wordt gereageerd met een gekwetter, getjilp, geblaf, gegrom, gesis, geblaat, gemekker en gesnater. Moerkonijn komt naast mij staan en vraagt meelevend:
’Je hebt wel een heleboel indrukken opgedaan vandaag, hè Pulster*? En de boodschap die Verkrasser vandaag had, was misschien wat moeilijk?’ Een schok gaat door me heen.
Moertje noemde mij vroeger zo!


Er komen twee dienstkruiers** aangewandeld. Als Moerkonijn dit ziet zet ze fluisterend, met een poot voor haar snuit, het gesprek goedmoedig voort:

‘Kijk..., Vredepijler en Aasbrenger komen naar ons toe. Zij maken na de verkrassing, kennis met een gast. Ze snavelen*** je wat over onze gemeenschap.’ Ik krijg van haar een bemoedigend schouderklopje.

‘Ze hebben alleen goeds in de zin hoor! Maak je geen zorgen.’

Het gekwetter, getjilp, geblaf, gegrom, gesis, geblaat, gemekker en gesnater maken dat ik ingespannen moet luisteren om te verstaan wat ze zegt.

Bij ons aangekomen, schudden we vleugel en poot. Vredepijler begint:

‘Kijk eens aan meneer Haas. U bent hier voor het eerst? Volgens mij hebben we elkaar nog nooit eerder ontmoet?’ Mijn wangen kleuren iets donkerder bruin-grijs en ik antwoord verlegen en zacht:
‘Ach, noemt u me gewoon Haas en jij!’

‘Dat is vriendelijk van je, Haas. Aasbrenger en ik maken graag nader kennis met je. Wat brengt jou zowaar hier?’ klinkt de verwachte vraag een beetje plechtig.




*Pulster is de naam voor een jonge haas

**De dieren die geestelijk en/of praktisch leiding geven aan Vregio

***Vertellen/praten


Volgende hoofdstuk


Vorige hoofdstuk


Hersenspinsels:

  1. Wanneer er een nieuw lid bij ons in de gemeente/gemeenschap komt, aanvaarden wij die dan als een broeder of zuster? Als lid van het gezin/familie? Schenken wij hen geborgenheid, liefde, warmte, leiding en zorgzaamheid.
  2. Accepteren wij nieuwkomers, in dankbaarheid deze aangeboden genadegaven?
  3. En zijn wij bereid na deze ontvangen te hebben, het door te geven aan onze medebroeders en zusters, die dat ook allemaal nodig hebben? Nog meer, tevens aan andere nieuwkomers? 


29) Fijn kneepje

   ‘Nee!’ Verbijsterd grijp ik de poot van Ramkonijn. Onze poten zijn klam van het koude zweet. Angstig voor wat we lezen in elkaars ogen, s...