Ik open mijn ogen en schud de liefdevolle vleugels van me af.
‘Het is lief van u dat u zo meeleeft,’ snuif ik zacht gebroken, ‘mmmmaar ik heb dat nnnniet verdiend…’ Aasbrenger laat zijn vleugels lamgeslagen naast zijn zwarte lijfje vallen. Vredepijler probeert in mijn ogen te kijken. Ik ontwijk. Zijn lichte, rustige stem snavelt:
‘Waarom zeg je dat?’
‘Mijn Moerhaas is door mijn schuld dood!’ reageer ik heftig. ‘En mijn lieve Vooi!? Ik heb haar alleen overgelaten…, aan die ggggruwelijkheden van de wolven…,’ mijn stem sterft weg. ‘Ik had haar moeten helpen, maar ik liet haar bbbbarsten! En dat door mijn eigen angst voor die vvvverscheurende wolven,’ snuif ik nog net hoorbaar voor de oren van de beide dienstkruiers. Beschaamd houd ik mijn ogen neergeslagen, door de grote hoeveelheid schuld die ik in mijn hazenhartje voel. Bang dat ik ben voor de afschuw die ik in hun ogen zal lezen, en fluister met een diepe zucht:
‘Waarom laten jullie mij niet gewoon alleen!? Ik ben slecht… Dóór en dóóóóór slecht…’
‘Kijk mij eens aan lieve Haas,’ snavelt Vredepijler met zijn zachte en warme klank.
Schuchter sla ik snel een blik op de vriendelijke duif.
Huh? Zijn blik? Haast onverdraaglijk! Warmte, liefde, begrip… Ik lees totaal geen afwijzing. Alleen een diepbedroefde glimlach?
‘Had jij haar kunnen redden uit de poten en bek van die wolven?’ Ik schud mijn kop.
‘Ik had het moeten proberen! Ik heb haar alleen gelaten… Elke nacht als ik slaap hoor ik haar in mijn dromen gillen, door de wolven die haar blaffend en keffend opjagen met water dat uit hun bek loopt… Ze hadden mij moeten pakken… Ik had…’
‘STOP!’ snerpt het nu streng uit de snavel van de raaf. Het is alsof ik een klap tegen mijn snuit krijg!
‘Heb je de vraag van Vredepijler wel gehoord?’ de scherpe klank is nu vriendelijker.
Zag Aasbrenger misschien hoe erg ik van hem schrok?
Bevend knik ik bevestigend.
‘Ik zal je hem nog een keer stellen. Had jij jouw vrouwtje, of jezelf, of elkaar kunnen redden uit de bek van die wolven? Denk er eens rustig over na…’ Gedachten tollen door mijn kop heen.
Ik krijg ze niet geordend.
Stilzwijgend zitten we zo een poosje bij elkaar, tot Aasbrenger troostend probeert:
‘Als je het aan mij vraagt? Heb jij niets gedaan waar jij je schuldig over hoeft te voelen. Jullie hadden geen schijn van kans! Kan je nog een verhaal hebben?’
‘Dat lukt nog wel…,’ antwoord ik lusteloos moe.
Als het mij maar helpt in de afschuwelijke pijn die ik voel!
Voeg ik er zachtjes bij mezelf aan toe.
‘Het Mensenkind, die Zoon van de Schepper, waarover ik je al eerder verteld heb? Was eens met Zijn vrienden in een mooie tuin.* Zijn tijd kwam eraan om het volmaakte offer te brengen voor de redding van de wereld en…? Dat die tijd al snel zou komen, wist Hij! Daarom was Hij bang en bedroefd en vroeg Hij Zijn vrienden voor Hem te waken en te bidden, terwijl Hij alleen tot Zijn Vader ging bidden, midden in de tuin. Weet je wat de vrienden deden?’ Vragende ogen blikken in de mijne.
Ik haal onwetend mijn schouders op…
‘Die vrienden vielen in slaap. Hoe pijnlijk verdrietig voor dit Mensenkind. Maar het werd nóg erger! In die tuin kwamen soldaten om Hem gevangen te nemen. En weet je wat die vrienden deden? Ze vluchtten allemaal weg. In de rechtbank stond dit onschuldige Mensenkind voor al Zijn vijanden terecht. Eén van Zijn vrienden durfde niet eens te erkennen dat zij vrienden waren… Tot driemaal toe LOOG hij erover! En toch keek de Zoon van de Schepper hem liefdevol aan. En weet je? Deze vriend lijkt wel een beetje op jou. Jij vluchtte weg voor de wolven bij de aanval op jou en jouw Vooi, en jij liet daarbij jouw Vooi in de steek… Petrus, want zo heette die vriend van dit Mensenkind, moest ook enorm huilen omdat hij zijn grote Vriend in de steek gelaten had. Hem niet gered had van het offer dat Hij moest brengen. Niet beseffend dat dit offer juist volbracht MOEST worden.’ Vredepijler geeft me een vriendelijk en bemoedigend klopje op mijn linker voorpootje.
‘Het meest bijzondere komt nog. Nadat het Mensenkind het offer volbracht had door te sterven aan het kruis? Stond Hij weer op uit de dood en werd Hij weer levend. Hij ging naar deze vriend toe, en vergaf Hem dat hij ontkend had dat zij vrienden waren, en ook dat hij Hem alleen gelaten had bij Zijn beschuldigers en moordenaars. Bovendien gaf Hij Petrus de opdracht, deze Goede Boodschap van vergeving te vertellen aan alle mensen die hij tegenkwam…** En Petrus was zo onbeschrijflijk blij en dankbaar voor de herstelde relatie met de Zoon van de Schepper, dat hij Schepperszoon graag gehoorzaamde. Zou Hij jou niet vergeven dat jij één van Zijn schepselen, jouw lieve Vooi, in de steek hebt gelaten? Juist hetgeen het gevolg is van de zonde!? Want door de zonde van de mens, ging de wolf jouw vrouwtje eten… Niet door jouw weglopen! Jij had haar immers niet kunnen redden. Wat jij wel kan doen,’ vervolgt Vredepijler meelevend, ‘is geloven in deze Zoon. Hij vergaf Petrus door het geloof in het offer door Hem aan het kruis volbracht. En indien jij in Hem gelooft? Vergeeft Hij ook jou! Ik wil samen met jou bidden tot onze Schepper. Vind je dat goed?’ Verward knik ik stilletjes.
‘Weet je nog dat ik je vertelde van mijn voorduiven, die geofferd werden op het altaar? Dat ritueel waar een einde aangekomen is, door het door Hem volbrachte, volmaakte offer? Door Hem wordt alles nieuw, weet je nog? Zonder zonden…’ De dienstkruiers buigen hun kopjes en vouwen hun vleugels tezamen. Aarzelend volg ik het voorbeeld dat zij geven en luister: ‘De Schepper zegt dit tot jou, Haas’:

‘Kom tot Mij, lieve Haas,
Ook al voel je je dwaas?
Je mag bij Mij alles klagen.
Je mag aan Mij alles vragen.
Bij Mij vind je altijd een luisterend oor.
Weet, dat Ik elk gebed verhoor…’
‘Niet uit verdienste, maar uit verlangen,
zal je Mijn Geest ontvangen…
Leg al je zorgen neer bij Mij,
en laat los, dat alleen maakt vrij.
Al je zorgen ZIJN te dragen,
door hulp van Mijn Geest te vragen.’
‘Bidt om Zijn kracht,
die alles heeft volbracht.
Laat los dit aardse leven,
voor de eeuwigheid, aan jou gegeven!’
De lichte stem van de duif zwijgt. Een ongekende rust is er neergedaald in mijn hazenhartje. Naast het verdriet dat er in mijn hart nog leeft, en het feit dat ik nog lang niet alles goed begrijp.
Maar moet dat ook? Vraag ik me stilletjes af. Als vanzelf vormen in mijn gedachten woorden die ik zacht, net hoorbaar genoeg voor Vredepijler en Aasbrenger, uitspreek:
‘De Schepper is groot,
de Schepper is goed,
de Schepper is genadig,
de Schepper is barmhartig,
de Schepper is rechtvaardig,
de Schepper is vol liefde voor mij.
Wat een wonder,
dat Hij mij vergeeft.
Wat ik mezelf niet kan vergeven…
Schepper, maak mij Uw beeld gelijk!
Ongekend diep is mijn ellende en schuld.
Onpeilbaar diep Uw barmhartigheid en genade!’
Zou Schepperszoon en Zijn Vader dit ook gehoord hebben? Vast wel…
** Johannes 21 vers 15 tot en met 19
Hersenspinsels:
- Haasje is verbaasd, hij ontvangt troost en liefde in plaats van afwijzing en boosheid. Maar Haasje wijst het af, omdat hij vindt dat hij het niet verdiend... Wijs ik zulk troost af? En jij? En geef jij zulke troost aan anderen die het nodig hebben? Of wijs jij met een beschuldigende vinger?
- Lees Johannes 8 vers 1 tot en met 11. Herken jij jezelf in één van de betrokkenen? Diegene die de overspelige vrouw beschuldigen? De vrouw zelf? Of misschien de afwezige overspelige man? Of leef je in de gezindheid van Jezus?
- Aasbrenger voelde machteloosheid opkomen lees ik hierboven. Desondanks wanhoopt hij niet. Probeert zich in te leven in Haasje en zijn situatie. Bemoedigend stelt hij geïnteresseerde vragen aan Haasje. Hoe gaan wij om, met iemand die met zoveel wanhoop en verdriet tot ons komt?
- Tegen iemand die het ontzettend moeilijk heeft moet je soms even streng zijn, zoals Aasbrenger hier ook deed. Wanneer ik heel eerlijk ben, heb ik daar best moeite mee. Heb je naaste lief als jezelf, zingt er dan door mijn hoofd. Maar is lief doen..., hetzelfde als lief zijn?
- Durf jij Gods Woord te brengen naar iemand die het heel moeilijk heeft? En te bidden, wanneer deze persoon jou daar de ruimte voor geeft?
- Heb jij Gods Woord als de Waarheid aangenomen? Zijn onpeilbare grote/diepe barmhartigheid en genade ervaren? Herken jij dat jouw tevens onpeilbare ellende en zonde vergeven zijn in Christus? En de drang om Hem te volgen? Meer en meer Zijn Beeld gelijk te worden?
.webp)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten